Varianten

Op zoek naar de voorkeursvariant

De luchtruimherziening wordt uitgevoerd om een aantal doelen te realiseren: samen leiden die tot een beter gebruik van het Nederlandse luchtruim. De doelen liggen niet vanzelfsprekend in elkaars verlengde. Dat maakt dat uiteenlopende wijzen van inrichting, beheer en gebruik van het luchtruim denkbaar zijn, die verschillend uitpakken voor de genoemde doelen. Om uit te vinden wat het beste past bij de hele set aan doelstellingen worden verschillende varianten naast elkaar op hun effecten onderzocht. Deze vier varianten beschrijven ieder op een hoog abstractieniveau de inrichting, het beheer en het gebruik van het Nederlandse luchtruim. De hoofdstructuur 2023 zal worden meegenomen in alle varianten.

Met de resultaten van het effectonderzoek in de plan-m.e.r. wordt uit de onderzochte varianten een voorkeursvariant (inclusief de hoofdstructuur) samengesteld, die mogelijk een mengvorm van de onderzochte varianten zal zijn. Die voorkeursvariant komt volgens het bevoegd gezag het meest tegemoet aan de doelstellingen van de luchtruimherziening.

De varianten in de plan-m.e.r. bepalen het ‘speelveld’ waaruit de voorkeursvariant wordt samengesteld. Varianten voor het luchtruim, die niet zijn onderzocht op effecten, vallen als mogelijkheid af. Om die reden is het nodig vooraf goed na te denken over de keuze van de varianten. Dit deel van de NRD omschrijft welke varianten in de plan-m.e.r. worden meegenomen en legt uit waarom die keuze is gemaakt.

Bij de ontwikkeling van de varianten gelden een drietal principes:

  1. De varianten gaan over de afhandeling van het vliegverkeer

  2. Een realistische keuze: de varianten zijn uitvoerbaar én verschillen van elkaar

  3. Het aantal varianten is om praktische redenen beperkt