Uitgangspunten en kaders in ontwerpproces


Uitgangspunten

Eind 2019 komt het Kabinet met een nieuwe Luchtvaartnota. Deze betreft de periode 2020-2050 en geeft richting aan de ontwikkeling van luchtvaart in Nederland. Vooruitlopend op de te maken beleidskeuzes in deze nota wordt door de luchtruimherziening gewerkt met de volgende uitgangspunten:

  • De locatie van luchthavens en start- en landingsbanen verandert niet. Dit geldt ook voor de luchthavens over de grens.

  • Voor het veiligheidsniveau wordt van alle varianten geëist dat deze van gelijk niveau is of in absolute zin hoger wordt.

  • Bij de uitwerking van de varianten wordt rekening gehouden met de grondwettelijke taak en de militaire taakstelling van de Krijgsmacht en de verplichtingen die voortvloeien uit internationale verantwoordelijkheden en samenwerkingsverbanden, zowel bilaterale samenwerking als onder de vlag van de NAVO en de EU.

  • De omvang en het volume van het Nederlandse luchtruim wijzigt niet.

  • Luchtruim- en routestructuur dienen aan te sluiten op het internationale routenetwerk. De resultaten van het programma moeten in lijn zijn met Europees ATM-beleid en internationale afspraken op het gebied van luchtruim- en routeontwerp en coördinatieafspraken.

  • Bestaande entry en exit points (tussen het Nederlandse luchtruim en het luchtruim van de ons omringende landen) zijn niet leidend; waar in internationale samenwerking betere resultaten mogelijk zijn, worden deze onderzocht in de varianten.

  • Bestaande afspraken rond luchthavens zijn niet leidend; waar betere resultaten mogelijk zijn worden deze onderzocht in de varianten. Bestaande afspraken over baancombinaties Schiphol (dit betreft het gebruik van start- en landingsbanen) zijn niet leidend, waar betere resultaten mogelijk zijn, worden deze onderzocht in de varianten.

  • Voor een effectief luchtruimontwerp is het belangrijk dat er een scheidslijn wordt getrokken die aangeeft vanaf welke hoogte CO2 en tot welke hoogte de geluidsbelasting leidend is. Bij het ontwerp zal als werkhypothese worden gewerkt met een scheidslijn van 6000 voet.

  • Free Route Airspace in het door MUAC beheerde luchtruim is gerealiseerd. Onder verantwoordelijkheid van de vier participerende MUAC-lidstaten wordt een project uitgevoerd waarin een Free Route Airspace boven Flight Level 245 (24.500 voet, ca. 7,5km) eind 2019 wordt gerealiseerd. Het doel daarvan is de vertragingen te beperken, de milieuprestaties te verbeteren en de capaciteit te verhogen.

  • Voor de ontwikkeling van Lelystad Airport tot 45.000 vliegtuigbewegingen binnen een herzien luchtruim (spoor 2) geldt dat de routes anders kunnen komen te liggen. In de luchtruimherziening zijn de lokale vertrek- en naderingsroutes (B+) en de aansluitroutes namelijk geen uitgangspunt voor het ontwerp. Daarbij gelden voorts een aantal specifieke toezeggingen rond Stadshagen, het Vechtdal en Wezep alsmede het betrekken van de luchthaven Teuge en het paracentrum Teuge bij het zoeken van een toekomst vaste optie.

  • Wat betreft het beschikbaar komen van nieuwe technologieën (al dan niet verplicht vanuit SESAR) wordt gewerkt met een tijdshorizon tot 2035. Dit tijdpad wordt ook gehanteerd in Europese studies naar de toekomst van het luchtruim (zoals de European Airspace Architecture Study).

Wet- en regelgeving (m.b.t. luchtvaart en milieubeheer)

Er zijn op nationaal, Europees en internationaal niveau verscheidende voorschriften, regels en wetten voor de luchtvaart. Daarbij gaat het niet alleen om bijvoorbeeld de verkeersregels in de lucht maar ook voor bijvoorbeeld de regels voor luchtverkeersleiding, vliegroutes en het ontwerp van luchtruim. De luchtruimfunctie wordt zodanig ontworpen dat deze voldoet aan de bestaande wet- en regelgeving en internationaal overeengekomen procedures en mag pas worden geïmplementeerd als de conformiteit is aangetoond. Verder wordt geborgd dat ook de luchtruimgebruikers zich aan de voor hen geldende regels houden. De militaire luchtvaart valt niet onder het Verdrag van Chicago, noch onder de Europese regelgeving. Nationaal is de regelgeving grotendeels van overeenkomstige toepassing verklaard.

Er zijn op nationaal, Europees en internationaal niveau verscheidende voorschriften, regels en wetten met betrekking tot milieueffecten, zoals stikstofdepositie, uitstoot van broeikasgassen, geluid, externe veiligheid en verstoring van habitats. Daarbij gaat het niet alleen om strikte normen maar ook om internationale afspraken en afspraken over het zoveel mogelijk voorkomen van negatieve effecten, het tonen van effecten en het monitoren. De luchtruimherziening moet zodanig zijn dat deze voldoet aan de bestaande wet- en regelgeving.

Voor het luchtruimontwerp gelden daarbij in ieder geval de volgende kaders:

  1. Algemeen (wereldwijd) geldende beperkingen vanuit ICAO en EASA voor vliegverkeer. Het gaat hierbij onder meer om:

    • Procedures voor vlieg-technische eigenschappen van luchtvaarttuigen (minimale en maximale snelheden, maximale klim- en daalprofielen, bochtstralen) en navigatienauwkeurigheid (precisie waarmee vliegtuigen betrouwbaar een route volgen);

    • Surveillance nauwkeurigheid (van het radarsysteem) en navigatiehulpmiddelen (zoals het Instrument Landing System);

    • Verkeersregels in de lucht;

    • Minimum vlieghoogtes voor zowel zichtvliegen als instrumentvliegen. Deze regels zijn bedoeld om obstakels (zoals schoorstenen, woontorens en windmolens) te vermijden en contact met radars, radiozenders en navigatiebakens te garanderen. Voor vertrek- en naderingsprocedures gelden aparte regels.

  2. Nationale beperkingen. Deze worden door het bevoegd gezag ingesteld en zijn gewoonlijk bedoeld om veiligheidsrisico’s te verlagen (bijvoorbeeld het risico op vogelaanvaringen), natuurgebieden te beschermen of ongewenste (hinder)effecten te verminderen. Hieronder vallen voor Nederland in ieder geval:

    • Verhoogde minimumhoogtes boven specifieke objecten (denk aan militaire installaties of gebieden ter bescherming van de (inter)nationale veiligheid);

    • Gebieden die zijn aangemerkt als gebieden waar vogels zich verzamelen of die gevoelige flora en fauna kennen. Voor dat soort gebieden gelden adviezen voor minimum vlieghoogte.