Hoofdstructuur 2023

Uit de Luchtruimvisie 2012, de opgehaalde behoeftestelling, de expertsessies (in de Onderzoeksfase) en de participatie blijkt dat een aantal stappen in elk geval moet worden gezet om de hoofdstructuur van het luchtruim te moderniseren. Deze stappen vormen tezamen een noodzakelijke basis voor de doorontwikkeling van het Nederlandse luchtruim en de afhandeling van het verkeer. Deze eerste stappen worden uitgevoerd onder regie van het programma Luchtruimherziening. Het gaat hier om de realisatie van de:

  • Herinrichting van het noorden van het Nederlands luchtruim, door het inpassen van een militair oefengebied (o.a. voor de F-35) in het noorden van het Nederlands luchtruim met voldoende capaciteit om de militaire missie effectiviteit te verzekeren en het aanpassen van civiele stromen. Het streven is om dit noordelijk oefengebied onderdeel te maken van een grensoverschrijdend oefengebied.

  • Herinrichting van het oosten en zuidoosten van het Nederlands luchtruim, om de ontsluiting voor het handelsverkeer van en naar Nederlandse luchthavens (met name Schiphol, Lelystad, Eindhoven en Rotterdam) te verbeteren.

In de Startbeslissing hebben de Minister van IenW en de Staatssecretaris van Defensie onder meer besloten tot uitvoering van bovenstaande stappen voor de realisatie van de hoofdstructuur 2023. Aan deze beslissing liggen de volgende uitgangspunten en overwegingen ten grondslag:

  • Defensie heeft in het noordelijk deel van het Nederlands luchtruim nu al haar grootste aaneengesloten oefenruimte. Dit gebied ligt grotendeels boven zee en deels boven land.

  • De komst van nieuwe wapensystemen (o.a. voor de F-35) betekent dat de behoefte aan militaire oefenruimte toeneemt.

  • De behoefte voor deze oefenruimte betreft een aaneengesloten gebied dat grotendeels boven zee ligt en deels boven land. De volledige gebruikers behoeften zijn opgenomen in de integrale behoeftestelling, te vinden op: www.luchtvaartindetoekomst.nl.

  • Het Europese civiele routenetwerk is dusdanig dat over het noorden van Nederland minder overvliegers zijn (vliegtuigen die geen bestemming in Nederland aandoen) dan in het zuiden.

  • De ligging van luchthavens en internationale civiele verkeersstromen, mede op basis van de ligging van Nederland ten opzichte van Europa (en overige werelddelen) brengt met zich mee dat de meest intensieve civiele stromen zich van en naar het noordwesten (Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten), zuidwesten (Verenigd Koninkrijk, zuidwestelijk Europa, Afrika), zuidoosten en oosten begeven.

  • Met name van en naar het zuidoostelijk deel van het Nederlands luchtruim is voor de ontsluiting voor de verkeersstromen van Schiphol en de beoogde stromen van en naar Lelystad meer ruimte nodig.

  • Er zijn noordoostelijke verkeersstromen die geaccommodeerd moeten worden. Deze zijn minder intensief bevlogen dan de overige richtingen.

De combinatie van de benodigde omvang van oefenruimte en de civiele behoefte aan luchtruim maken de ontwikkeling van het oefengebied in het noordelijk deel van het Nederlands luchtruim (mogelijk grensoverschrijdend met Duitsland), in combinatie met civiele ontsluiting van het oosten en zuidoosten, de enige kansrijke optie om aan de militaire en civiele voorwaarden te kunnen voldoen. Daarom is dit standaard onderdeel van alle varianten.