Programma Luchtruimherziening

In het programma Luchtruimherziening werken vijf programmapartners aan een nieuwe inrichting voor het gebruik van het Nederlandse luchtruim. Het programma Luchtruimherziening wordt uitgevoerd door de volgende programmapartners: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: IenW), Ministerie van Defensie, Luchtverkeersleiding Nederland (hierna: LVNL), Maastricht Upper Area Control Center (hierna: MUAC) en het Commando Luchtstrijdkrachten (hierna: CLSK). Het bevoegd gezag en daarmee de regiefunctie voor de luchtruimherziening ligt bij de Minister van IenW en de Staatssecretaris van Defensie.

De luchtruimherziening zal in 2023 concrete resultaten realiseren en richt zich ook op ontwikkelingen na die tijd tot aan 2035. Het plan hiervoor (de voorkeursvariant) wordt vastgelegd in de Voorkeursbeslissing. Om de Voorkeursbeslissing nader te onderbouwen wordt een milieueffectrapportage-procedure (plan-m.e.r.) doorlopen. De procedure zorgt ervoor dat op een zorgvuldige wijze informatie beschikbaar komt over mogelijke gevolgen van de luchtruimherziening voor de omgeving. Het milieueffectrapport (plan-MER) beschrijft de effecten van vier varianten voor het Nederlandse luchtruim. Deze vier varianten beschrijven ieder op een hoog abstractieniveau de inrichting, het beheer en het gebruik van het Nederlandse luchtruim.

In de Startbeslissing is een aanpak vastgesteld die bestaat uit drie zogenaamde sporen:

  • Resultaten behaald vóór 2023 (spoor 1)

  • Resultaten behaald in 2023 (spoor 2)

  • Resultaten behaald ná 2023 (spoor 3)

De resultaten vóór 2023 zijn tussentijdse verbeteringen in het huidige luchtruim. De prioriteit ligt daarbij op het wegnemen van belemmeringen om zoveel mogelijk ongehinderd te klimmen op de aansluitroutes van Lelystad Airport. Deze tussentijdse verbeteringen in het huidige luchtruim vallen buiten de reikwijdte van deze plan-m.e.r. Dit is een reeds lopend en zelfstandig traject dat zich binnen de huidige luchtruimindeling en werkwijze afspeelt. De realisatie hiervan vindt plaats uiterlijk in de winter van 2021/2022. In en ná 2023 kunnen de routes anders komen te liggen. In de luchtruimherziening zijn de lokale vertrek- en naderingsroutes (B+) en de aansluitroutes namelijk geen uitgangspunt.

In 2023 worden een aantal belangrijke stappen gezet: de realisatie van de hoofdstructuur 2023 die de realisatie van de voorkeursvariant ná 2023 (hoe deze er ook uit gaat zien) mogelijk maakt. Het gaat hierbij om een betere benutting van het luchtruim: de herinrichting van het noordelijk deel en van het oostelijk en zuidoostelijk deel van het Nederlands luchtruim. De realisatie van de hoofdstructuur 2023 valt binnen de reikwijdte van deze plan-m.e.r.

Ná 2023 wordt voortgebouwd op deze hoofdstructuur 2023. Deze staat aan de basis van elk van de varianten die worden gebruikt om uiteindelijk te komen tot een voorkeursvariant. Deze voorkeursvariant beschrijft een plan voor een doorontwikkeling van een toekomstbestendig luchtruim vanaf 2023 op weg naar 2035. De wijze van afhandeling van het verkeer en de planning van het gebruik van het verkeer blijven zich ontwikkelen. Het luchtruim van de toekomst is in ieder geval:

  • Duurzaam: in staat om de verschillende gebruiksfuncties mogelijk te maken met betere milieuprestaties

  • Robuust: in staat om onder vrijwel alle omstandigheden de benodigde capaciteit, zowel civiel als militair, te faciliteren

  • Adaptief: in staat om nieuwe gebruiksfuncties en luchtruimgebruikers mogelijk te maken zonder een complex en langdurig ontwikkeltraject (klaar voor de toekomst)

Het plan geeft richting aan de implementatie in blokken van ongeveer vijf jaar (zie Startbeslissing). Het plan draagt daarnaast bij aan een adaptief beheerd luchtruim met bijbehorende innovatie & ontwikkelmethoden.