1. Afhandeling van het vliegverkeer

Het programma Luchtruimherziening is op zoek naar de meest geschikte inrichting van het Nederlandse luchtruim. De knoppen waaraan gedraaid kan worden bij de inrichting van het luchtruim zijn de wijze van afhandeling, de ruimte (gebruik, route, hoogte) en de tijd. Het gaat om vrij technische keuzen en niet om, bijvoorbeeld, vraagstukken over de toekomst van de Nederlandse luchtvaart. Dat soort keuzen staan in de Luchtvaartnota. De Luchtvaartnota stelt vast ‘wat’ de kaders van de luchtvaart zijn (zoals de omvang van de luchtvaart) en het programma luchtruimherziening is bedoeld om te bepalen ‘hoe’ het luchtruim binnen die kaders het beste ingedeeld en gebruikt kan worden.

Bovenstaande neemt niet weg dat de uitkomst van de luchtruimherziening maatschappelijke gevolgen heeft. Daarom worden de verschillende varianten langs de maatlat gelegd van de maatschappelijke doelen van het programma. De doelen komen direct terug in het toetsingskader, waarmee alle varianten op effecten worden beoordeeld.

Doelen worden gebruikt om effecten te bepalen, niet om varianten samen te stellen

In de onderzoeksfase is verkend hoe het luchtruim er uit kan zien als telkens één maatschappelijk doel centraal staat bij het ontwerp. Een variant die bijvoorbeeld geheel wordt ontworpen op verhoging van de capaciteit of een variant die alleen verlaging van de emissies nastreeft. Dat leidt wel tot interessante vergezichten, maar niet tot realistische varianten.
De maatschappelijke doelen spelen een andere rol in het programma. Elk doel levert een of meer criteria voor het toetsingskader waarmee de effecten van de varianten worden bepaald. De plan-m.e.r. onderzoekt hoe de varianten scoren op de verschillende maatschappelijke doelen. Zo ontstaat inzicht in de maatschappelijke gevolgen van de verschillende technische mogelijkheden om het luchtruim opnieuw in te delen. Met dat inzicht kunnen de bestuurders hun besluit onderbouwen en verantwoorden over de wijze waarop het luchtruim wordt ingedeeld.